Wat er aan vooraf ging…

Ergens in de laatste week van Vietnam raakten we in een reisdip. Ik raakte van slag door een aantal vervelende berichten van thuis. Drie/ vier berichten die er samen inhakten. Daarnaast trok Ralf het 24/7 samenzijn even niet en onze negatieve energie namen de kids natuurlijk over.

We zaten aan de kust van Vietnam op een supermooi plekje, Life’s a beach, waar we voor het eerst de verschillende opties bespraken hoe verder te reizen de laatste twee maanden. Of minder…

Buiten dit mooie paradijselijke plekje was ook meteen de realiteit zichtbaar die helemaal niet zo paradijselijk oogde. Een piepklein vissersdorpje waar de economische standaard niet erg hoog is. En hoewel ik niet kan oordelen over het geluk van deze mensen voelde het voor mij troosteloos aan. Vooral ook door het feit dat het dorpje bezaaid ligt met afval en de geur daarvan zich door de kleine straatjes drong.

Op Phu Quoc, onze volgende en laatste bestemming van Vietnam, was het eigenlijk hetzelfde. Of dat is wat ik zag met mijn perceptie op dat moment: een supermooi resort waar het echt genieten was, maar daarbuiten armoede en veel, heel veel afval en stank. Nog niet eerder zo ervaren in Vietnam, Thailand of Laos.

En hoewel we dan op een mooi bungalow resort verbleven, het voelt toch niet helemaal goed dat er zo’n groot contrast is met de omgeving waarin je verblijft.

Inmiddels zaten we met elkaar wel weer in een goede vibe hoor 😉 Maar het gevoel om naar huis te willen bleef toch. 9 weken, vanaf dat moment, voelde ook echt nog lang. Te lang. De aandacht van het reizen verslapte en verplaatste zich naar de telefoon, werk en plannen voor thuis. Daaraan kon ik goed merken dat het genoeg was geweest. Thuis lonkte: iedereen weer zijn eigen ding en gewoon weer het leven van thuis.

En voor zover we het kunnen inschatten voor Noah en Olive hadden we het gevoel dat ook zij wel graag weer naar huis wilden. Ze begonnen meer over thuis, hun speelgoed, opa’s en oma’s en vriendjes te praten.

We bespraken ook ons gevoel over de vraag: waarom door willen gaan? Het moet leuk blijven toch..? Niet maar blijven om te blijven, omdat we dat nou eenmaal in eerste instantie bedacht hadden en onze tijd inspiratieloos uitzitten. Zonde. Dan liever ‘stoppen’ nu het nog leuk is. Op het hoogtepunt. Dan ga je toch met een heel ander gevoel naar huis dan wanneer het de laatste maand tegen ons zin in is. Dat gaan we zien of dat zo is.

We overdachten alle opties die we maar konden verzinnen en ik zocht uren op Skyscanner naar vliegtickets die bij die opties aansloten.

We besloten om sowieso naar Sri Lanka te gaan over een paar dagen, die vliegtickets hadden we immers toch al. Waar we eerst nog dachten we zien het in Sri Lanka wel verder, voelden we al snel dat we toch echt graag definitief eerder naar huis wilden. En als dat gevoel er eenmaal is dan gaat het snel.

Het was dus ook nog op Phu Quoc waar de vliegtickets naar huis geboekt werden –achteraf maar goed ook, want voordat we in het vliegtuig naar Sri Lanka stapten moesten we aantonen dat het land weer zouden verlaten…-

Wauw, over 5 weken dan weer naar huis. Dat voelde toch een stuk lichter. Te overzien ofzo. Even wilde ik meteen al naar huis, als je dan toch dat besluit hebt genomen, dan maar meteen. Dat is het ongeduld dat in me zit.

Maar ik had ook meteen zoiets van: dit is onze laatste maand, laten we nog even helemaal gaan knallen, optimaal gaan genieten en helemaal top afsluiten.

Met Sri Lanka op het programma moet dat wel goedkomen.

Of niet… want mijn verwachtingen van Sri Lanka waren hoog. Sky high. Het stond met stip bovenaan op mijn ‘bucketlist’ van deze reis. Niets liever van alles wilde ik naar Sri Lanka. Dat we daar niet begonnen zijn, kwam door de ongunstige prijs van de vliegtickets. En dat het nu onze afsluiter zou worden hadden we van te voren niet bedacht.

Maar zoals het gaat met verwachtingen… die kunnen ontzettend tegenvallen en daar kan je niet blij van worden, maar teleurgesteld door raken.

Dus om een spetterend eind van onze reis te hebben, zou Sri Lanka dus echt zo gaaf moeten zijn als ik in mijn gedachte had voorgesteld…

Lees maar hoe het is, ons Tuktuk avontuur in Sri Lanka, in mijn verslag van dag tot dag.

 

Dag 1: Negombo

De dag ervoor waren we laat in de avond aangekomen in Sri Lanka. Goede vlucht gehad, maar wel een lange reis alles bij elkaar. Op het vliegveld is het in geen van alle landen zo soepel verlopen als daar. Bagage snel, bij de immigratie supersnel én vriendelijk –wat lang niet altijd het geval-, pinnen ging meteen goed, simkaartjes geregeld en daar stond onze chauffeur die ons naar ons hotel zou brengen. Dat is fijn, dat bij binnenkomst alles zo goed verloopt. Een goed begin is het halve werk.

En het voelde meteen goed om in Sri Lanka te zijn. Waar ik in Vietnam bijvoorbeeld echt een paar dagen nodig had om te landen, voelde ik hier direct al een connectie. En om maar even mijn zweverige kant te uitten: ik voel hier ook een hele fijne spirituele energie. Een soort oerenergie. Positief en authentiek.

Er is hier in Sri Lanka een twee meter grote voetafdruk op Adems Peak. Voor alle geloven is dit een heilige plek. Voor de Christenen en Moslims is het voetstap van Adam, voor de Boeddhisten die van Buddha en voor de Hindoeïsten die van Shiva. Dit zou de plek zijn waar Adam/Buddha/Shiva de eerste stap op aarde maakte.

En hoewel er best veel verdeeldheid is tussen de verschillende geloofsovertuigingen en bevolkingsgroepen –nog niet zolang geleden heerste er een burgeroorlog in het noorden met de Tamil Tijgers die streden voor onafhankelijkheid- en de koloniale geschiedenis –waar Nederland ook deel van uit maakt- heeft Sri Lanka wel een goede, positieve energie. De glimlachen die je hier krijgt voelen oprecht, de mensen zijn blij en hebben een ontzettende open, pure gezichtsuitdrukking.

Ons hotel, Blue Elephant Boutique Hotel in Negombo, is echt zo’n knus hotelletje waar je even helemaal kan wennen. Prachtige beschilderde deuren, een fijn bed, slechts 12 kamers, lief personeel die alles voor je doen, zwembadje en goed eten. Echt een boutique hotel.

We hebben om 10:30 afgesproken met Dayan. Dayan is degene die tuktuks verhuurd en waarover we gelezen hebben op een blog van een Nederlands stel die met een tuktuk door Sri Lanka gereisd hebben. Dat leek mij ook wel wat, dus ik had al enige tijd contact met Dayan om een tuktuk te huren.

Om 10:15 is Dayan er al, met zijn groene tuktuk. Onze tuktuk voor de komende maand!!!

Whaaa supergrappig ding en niet heel groot.

De komende twee uur besteedt Dayan zijn tijd om ons wegwijs te maken in de tuktuk en in Sri Lanka. We krijgen 1 voor 1 rijles. Eerst Ralf, want Dayan had niet de verwachting dat ik –als vrouw- ook zou gaan rijden. Ralf moet eerst maar even kijken en dan met zijn toestemming mag ik ook. Gelukkig maar ;-). Maar bij terugkomst van mijn rijles moet Dayan toch bekennen dat ik het sneller onder knie had dan Ralf. Is het moeilijk tuktuk rijden: nee, je moet even handigheid krijgen in het schakelen en het gevoel van de grootte en wendbaarheid van dat ding krijgen, maar dat heb je snel genoeg door. Is het moeilijk tuktuk rijden in Sri Lanka: ja! Het verkeer is niet normaal hier! Dat waren we vanuit Vietnam en Thailand wel al wat gewend, maar toch is het hier dan net weer wat anders chaotisch. En omdat het toch even wennen is in een tuktuk geeft de combinatie toch wat klamme handjes… Of klotsende oksels omdat het ook nog eens 30 graden+ is… haha.

Maar het lijkt ons wel tof, dat is de conclusie. En we zien het wel. We proberen het gewoon en als het niet gaat brengen we dat ding weer terug. Dayan is heel flexibel ook met de prijs en de valuta rate. Dat maakt het echt fijn om met hem zaken te doen.

Daarnaast besteedt hij ook nog eens zijn tijd aan ons om te vertellen over Sri Lanka en over alles wat er te doen is. Hij geeft tips over bezienswaardigheden, vertelt ons waar de olifanten op de weg staan –daarover later meer :-(- en hoe daar mee om te gaan en alles wat we maar over Sri Lanka willen weten.

Wauw, wat een service en wat een gastvrijheid!

Let the tuktuk adventure begin!

 

Dag 2: Negombo

Ook deze dag verblijven we nog in Negombo. We reizen niet te snel, omdat het vele reizen niet relaxed is voor de kids. Maar soms vraag je je af waar je beter aan doet, want er is in Negombo niet veel te beleven en dan krijg je zo’n gevoel dat je beter een nachtje minder had kunnen boeken.

Maar we rijden gewoon even een rondje in de tuktuk. Ik zoek de ‘ingang’ naar het strand want ik vermoed dat daar wel iets te doen is voor kinderen. Ja! Er is een speeltuintje, we zien een springkussen en nog beter: een waterpark! Whihoeee! Snel zwemspullen halen en terug.

Als we goed en wel allemaal 2 keer van de glijbaan zijn geweest, betrekt de lucht behoorlijk. Donkere wolken pakken zich samen en de eerste lichtflitsen zijn boven de kleedkamers te zien. Ondanks dat er op het regelement duidelijk staat dat je het water uit moet bij slecht weer speelt iedereen gewoon verder. Wij vinden dat toch wat trickie gezien de onweersbuien hier en besluiten het water maar uit te gaan. Helaas L Gelukkig mogen we de volgende ochtend terug komen zonder opnieuw te hoeven betalen 🙂

Dan nog even op het springkussen! Ow nee, die wordt vanwege het onweer afgebroken. Nog voor dat Olive haar teleurstelling kan uiten barst het los. Rennen naar de tuktuk, leren flappen er voor en snel droog en veilig naar ons hotel.

’s Avonds spullen pakken en klaarmaken voor onze eerste rit.

 

Dag 3: van Negombo naar Hikkaduwa 135 km

Ik wil eigenlijk op tijd weg. Dit is onze eerste rit en we hebben nog geen idee van hoe het allemaal werkt. Daarnaast is het feest vandaag in Sri Lanka: een heilige dag voor Boeddhisten want Buddha is jarig. De man van ons hotel heeft ons al een paar keer gezegd dat we op tijd moeten vertrekken want het zal steeds drukker worden op straat. Iedereen deelt namelijk gratis eten uit en mensen willen je laten stoppen om te komen eten.

Maarrr… we hebben Noah en Olive beloofd om nog even te gaan zwemmen en aangezien het waterpark pas om 10 uur open is, is op tijd vertrekken er niet bij.

Uiteindelijk vertrekken we om half 12, tuktuk vol geladen –alles past er in!- en hebben we 135 km voor de boeg met onderweg de hoofdstad Colombo met vrijwel geen noemenswaardige tuktuk verkeerservaring.

Als we richting Colombo komen, op een drukke weg -niet echt een snelweg, want je kan ook gewoon keren op de weg en langs de weg stoppen bij een winkel, maar voor hier wel een snelweg zeg maar- begint de tuktuk ineens te haperen. Nog voor dat we het opmerken staat ie al stil. Midden op de weg, op een soort kruispunt.

Benzine op. Ralf had even niet door hoe snel de benzine gaat. Geeft niet, het is ook even wennen. Gelukkig zit er een reservereservoir in waar we nog 15 km op kunnen rijden 🙂

Dan Colombo door. Een grote drukke stad met een en al verkeerschaos. Toeteren betekent voorrang nemen. Een en al getoeter.

Ook voor mij is het even wennen. Ik moet twee kinderen in de gaten houden, ze zitten te klieren –voor hen is ook even wennen in zo’n klein wagentje en het vraagt er om elkaar dan te gaan irriteren-, willen eten, drinken, moeten plassen –doen we in een leeg flesje-, ik moet de route aangeven voor Ralf en ik moet nog helpen op het verkeer letten want alles is nieuw en wennen. Too much for me. Multi tasken lukt me niet meer.

Dat levert dus de nodige spanning op in de tuktuk. Degene die ons kennen kunnen zich er vast wel een voorstelling van maken. Haha.

Dat festival dus. In de loop van de dag wordt het inderdaad steeds drukker op de weg. Er staan mensen met vlaggen te zwaaien die je proberen tegen te houden zodat ze je eten kunnen geven. We stoppen 1 keer en drinken een warm goedje, best ok.

Het is een kleurrijk en feestelijk gebeuren, mooi om te zien en te ervaren!

Na Colombo volgt een prachtige route langs de kust met de zee die je het gevoel van vrijheid nog meer benadrukt. We rijden ook langs de spoorlijn en zien af en toe een trein voorbij komen.

En dan na iets van 5 uur rijden inclusief tanken, plas- en pitstops komen we dan aan op onze volgende bestemming Hikkaduwa. Helemaal gaar van de rit, niemand meer te genieten.

Maar wel een heel mooi hotel en na even een momentje voor mezelf kunnen we de dag toch nog redelijk oke afsluiten met elkaar.

Het is allemaal even wennen zo’n kleine tuktuk, het verkeer en het warme weer. Daar houden we het maar op 😉

 

Dag 4: Hikkaduwa

’s Ochtends geef ik mezelf de tijd om na het ontbijt yoga op het strand te doen. Heerlijk begin van de dag terwijl de kids zich in het zwembad vermaken. En we blijven eigenlijk de hele dag bij het zwembad spelen totdat we aan het eind van de middag naar Galle gaan. We wagen ons nog even in zee, maar de golven zijn echt hoog en veel te gewelddadig met twee van die kleine spruiten.

Ook vandaag is het nog steeds feest dus wederom chaos op de weg en ook een drukte in Galle. Maar wel gezellig. Galle is een oude vestingstad (o.a.) gesticht door de… Nederlanders. Het oude fort langs de zee is er nog en die is mooi om te bezichtigen. Er wordt volop gevliegerd –volgens mij is dat om kwade geesten te verjagen-. Noah vindt het fantastisch en rent achter alle vliegers aan, Olive ligt in de buggy te slapen. Supergezellige middag en het is ook echt een gezellig stadje dat zeker de moeite waard is om te bezoeken. ‘a Avonds op het veld is er nog van alles aan de gang vanwege het festival; rituelen, zang, preken. Alle tempels zijn verlicht en er is een optocht met mensen met maskers die dansen en muziek maken. Leuk om te aanschouwen.

Tenslotte in het donker weer terug naar het hotel in onze tuktuk. Overdag is het al uitkijken, maar ik vind het ’s avonds een stuk spannender met al die bizarre inhaalmanoeuvres van voornamelijk bussen… Maar gelukkig zonder kleerscheuren ons bed in.

 

Dag 5: Hikkaduwa

Ook deze dag zijn we nog lekker aan het strand in Hikkaduwa. Ik start de dag weer met een yoga sessie op het strand en verder blijven we ook deze ochtend weer bij het zwembad. De kids vermaken zich er prima. Er is allemaal speelgoed voor ze, dat nieuw voor ze is dus dat doet het altijd goed J.

’s Middags gaan we naar een ander strandje omdat ik heb gelezen dat daar zeeschildpadden zouden zijn. Het is het proberen waard…

Ik had graag met Noah en Olive naar een schildpadden opvang gewild, maar ik lees daar toch niet zulke goede verhalen over, qua omgang en verzorging van de diertjes, dus die slaan we over. En natuurlijk nog veel gaver om ze in het echt te zien!

Bij het strandje aangekomen wordt er gesnorkeld, maar de zee is zo wild en er liggen allemaal rotsen in het water dat ik het niet echt zie zitten. Maar snorkelen blijkt helemaal niet nodig te zijn. De schildpadden –mega groot- komen dicht naar de kant toe.

Dat komt omdat ze gevoerd worden door een man. Hij vertelt dat hij die 15 zeeschildpadden allemaal kent –hij heeft een naam voor elke schildpad- en dat hij ze al jaren ‘verzorgd’. Ergens voelt het een beetje dubieus, want het is natuurlijk niet de natuur. Logisch dat de schildpadden daar zijn, want ze krijgen te eten.

Aan de andere kant is het wel heel erg gaaf om ze zo te zien zwemmen en zelf ook eten –zeeplanten- te geven. Soms staan er wel iets te veel toeristen om heen voor mijn gevoel, maar daarna zijn we ook gewoon alleen. Deze man vertelt dat hij het strand en de zee schoon houdt van plastic en ander afval en dat hij de toeristen duidelijk maakt ze niet aan te raken of op te tillen. Dus het stelt mijn geweten wel weer gerust dat deze man zo goed voor deze prachtige beesten zorgt. Hij werd ook een keer echt boos op een meisje dat, na 10x zeggen er niet aan te zitten, toch even het schild moest aanraken. Hoe bizar toch weer dat er mensen zijn die dat doen, voornamelijk Russen zegt hij.

Wij zijn echt onder de indruk van deze grote beesten, Noah vindt ze eng en durft ze niet te voeren 😉 en ik raak er ontroerd van; zo vredig, rustig ze meedrijven op de golven, maar zo oud en groots ze zijn. Ralf krijgt trouwens nog een hap omdat ie het zeewier te dicht bij zijn been houdt bijt de schildpad in z’n been… haha.

Supergaaf om ze zo in het wild te zien en ze zelfs te kunnen voeren, wauw wat een ervaring!

 

Dag 6: van Hikkaduwa naar Madiha beach 36 km

Vandaag vertrekken we naar Madiha beach, een stukje verder op, als tussenstop van 2 nachten omdat we anders zo ver moeten naar onze volgende bestemming. Ik wil eigenlijk nog het herdenkingsmonument voor de Tsunami in de ochtend, maar Noah heeft in de nacht een stijve nek gekregen en hij kan daardoor niks, de arme schat. Ik zie het niet echt zitten om dan nog wat te gaan doen. De Tsunami heeft hele stukken kust met hotels en huizen helemaal weggevaagd. Veel van de hotels die er staan zijn dan ook allemaal –vrij- nieuw. Maar goed, dat slaan we dus over.

Onderweg komen we weer langs Galle waar we nog een ijsje eten en wat souvenirs kopen. En dan rijden we door naar Madiha beach. Ons hotel is vrij uitgestorven, maar prima. Als je op de rotsen over de zee uit kijkt zie je ook hier zoveel zeeschildpadden. Telkens komen ze even met hun kop boven water, heel tof om te zien. Op het strandje naast het hotel leven talloze schelpdiertjes die druk in de weer zijn. Zo’n grappig gezicht. Ik ga ze met Noah bewonderen. En op de rotsen leven grote enge krabben.

Deze dingen/ dieren die we zo even zien als je om je heen kijkt, maken Sri Lanka voor mij echt bijzonder. De natuur is overal om je heen. Het geeft iets extra’s, alsof het allemaal cadeautjes zijn die je zo even krijgt. Dat heb ik in de andere landen echt gemist. Zelfs op een dag dat je niet echt iets bijzonders doet, wordt de dag toch bijzonder door deze dingen.

En dan is de dag eigenlijk ook al weer om. Prima dagje. Hopelijk volgende dag met Noah‘s nek beter.

 

Dag 7: Madiha beach

Deze dag zijn we nog een dag hier, hoewel er niet zoveel te doen is… Gelukkig gaat het met Noah al weer een stuk beter dus dat is fijn. Ik ben zelf deze dag alleen niet helemaal fit en lig vermoeid op bed. Maar in de middag besluiten we toch even wat te doen en naar Matara te gaan, een ‘grote’ stad op een paar kilometer rijden. Ik heb op maps.me een park gezien bij het strand en ik heb inmiddels door dat daar vrijwel altijd ook iets voor kinderen is. Olive wil namelijk alleen nog maar naar speeltuinen of ballenbakken of dinoparken of de Efteling. Ze is dol op speeltuinen, zoals ze zelf zegt –heel schattig als ze dat zegt-. Ze is ook dol op frietjes en op snoepjes en op lollies en op ijsjes.

Dus op naar dat park en ja hoor er is een speeltuin. Weer zo’n retro speeltuin met van die ijzeren groen/geel/blauw/rood stangen en palen. Maar deze speeltuigen werken allemaal goed en Noah en Olive hebben lol. Ook in Sri Lanka vinden de mensen Noah en Olive behoorlijk bijzonder. Ze kijken met open mond naar de blonde koppies. Of ze komen zo dicht mogelijk bij ze spelen. Maar het is hier wel anders dan in Vietnam en Thailand. Het aanraken is minder en minder brutaal –alhoewel soms ook nog wel-. Ze zijn net iets afwachtender, maar hebben wel een open houding. Noah en Olive zijn er natuurlijk ook meer aan gewend geraakt inmiddels, maar ze kunnen het hier wel beter hebben van de mensen. En dat maakt het voor ons ook wat gemoedelijker.

Dus in de speeltuin is er continue 1 meisje in schooluniform dat ook op dezelfde glijbaan gaat en dat ook gaat schommelen als Olive gaat schommelen en dat ook in de familieschommel wil als Noah en Olive daar in klimmen. Het heeft wel wat aandoenlijks.

Er wordt in Sri Lanka veel aan cricket gedaan en zo ook hier langs het strand. Noah vindt dat superleuk en wil altijd graag meespelen –met welke sport dan ook-. Ik zeg tegen Noah dat hij maar moet gaan vragen of hij ook een keer mag. Hij vraagt aan mij hoe ie dat moet vragen in het Engels en dan loopt ie naar de jongens toe en vraagt: Ken I doe it olso wan time? Dapper hoor. En hij mag ook slaan, want die jongens vinden dat natuurlijk geweldig!

We zijn nu een week in Sri Lanka en ondanks dat we nog niet ‘echt’ iets gedaan hebben, vind ik het er nu al super. Vooral deze dorpjes langs de kust hebben gewoon een goede sfeer. We hebben lekkere dagen aan de zee en het zwembad gehad en een simpel uitstapje als naar een strandje gaan om zeeschildpadden te kijken is al een hoogtepunt. De mensen zijn ontzettend aardig, hebben een goede energie, het eten is er lekker en van goede kwaliteit –erg belangrijk!- en de tuktuk doet het goed 🙂

 

Maar na de eerste week gaan we wel echt dingen ondernemen. Wat precies, dat vertel ik in een volgend blog.

Check nog even de foto’s als je dat leuk vindt, om er beeld bij te krijgen.

Leuk dat je mijn verhaal gelezen hebt. Ik beloof je dat de echte avontuurlijke verhalen in de komende week gaan komen… 🙂

XOXO

Foto's Sri Lanka #1